Een hart onder de riem

Voor heel wat Turnhoutse schoolgaande jeugd was het de voorbije dagen bang afwachten of ze nu al dan niet geslaagd waren. Ik wilde hen graag een hart onder de riem te steken en bood hen daarom al het mogelijke aan om deze zenuwslopende periode door te komen.

Ik stelde vast dat men aan de schoolpoort van het SPT aan de Hogestraat niets konden aanvangen met Roem, Geloof, Begrip en Aandacht. Van onder meer Hoop, Liefde, Geluk en Vriendschap maakte men dan weer wel gretig gebruik, hoewel er wellicht ook enkelen achter het net visten. De voorraad was dan ook beperkt.

Aan de fietsenstalling van het station koos men voor Hoop, Liefde en Geluk. De rest van het aanbod liet hen koud.

In het Sint-Jozefcollege aan de Beekstraat en de Pieter De Nefstraat hadden enkelen kennelijk nood aan een Rescue Kitt. De Rescue Kitts waren initieel ook beschikbaar in de Renier Sniedersstraat, maar al na drie uur was de poster verwijderd. Wellicht door iemand die geen studenten in huis heeft.

IMG_2516IMG_2517IMG_2518IMG_2519

Advertenties

Scheurstrookjesposters

Ik vind het fijn om op anonieme wijze de aandacht van mensen te trekken of hen in de war te brengen. Maar niet op een grootse, in het oog springende manier. Daarvoor ben ik te gereserveerd. Neen, liever op een onopvallende manier, op kleine schaal. Ik doe dat bijvoorbeeld door zo nu en dan ergens in de stad een pamflet aan te plakken of door op willekeurig plaatsen vreemde aanwijzingen te verstoppen die, voor een enkele geïnteresseerde en alerte puzzelaar, leiden naar een kleine verborgen schat. Soms schrijf ik brieven naar bekende of onbekende personen en tracht ik de bestemmeling te overtuigen om terug te schrijven. Een sprankeltje verbazing opwekken, een paar minuutjes aandacht weten te houden, daar doe ik het voor.

Maar in de zomer ging het mis. Ik had enkele scheurstrookjesposters gemaakt. Je kent ze wel, die briefjes die je soms ziet hangen van een band die een drummer zoekt of een kind dat zijn kat kwijt is, met kleine strookjes waar een telefoonnummer op staat die je dan kan afscheuren en meenemen. Ik had ze op strategische plaatsen opgehangen in Turnhout en Antwerpen. Eén van die posters (nota bene degene met het meeste succes) was echter niet mijn idee. Het was een afbeelding van het getekende hoofd van Morten Harket van a-ha, uit de videoclip van “Take On Me” met daaronder een aantal strookjes waarop afwisselend stond “TAKE ON ME” en “TAKE ME ON”. Ik had die poster enkele jaren eerder zien hangen in Berlijn toen ik in Kreuzberg in een oude hangar naar een avantgardistisch theater ging kijken en het idee was me altijd bijgebleven. Mijn scheurstrookjesposters werden opgemerkt door Wim Paeshuyse (Turnhouts dichter en organisator van allerlei kunstprojecten) die daar zelf ook al mee geëxperimenteerd had en het had hem geïnspireerd om een tentoonstelling te organiseren met scheurstrookjesposters van diverse artiesten. Hij vroeg of ik ook wilde deelnemen. Ik was uiteraard zeer vereerd, maar ik begon wel stilaan te beseffen dat ik die poster van a-ha niet kon gebruiken, want die was eigenlijk niet van mij. Ik biechtte alles eerlijk op en Wim (die overigens elke week een fijne column schrijft voor CittA, de weekendbijlage van Gazet Van Antwerpen) trad me bij dat we die poster beter niet konden gebruiken. Gelukkig had ik nog een aantal andere ideeën.

Ik heb hieruit wel lessen getrokken. Plagiaat plegen (hopla, het hoge woord dat al enkele seconden op ieders van jullie lippen brandde is eruit – ik beken!) is gemakkelijk en het is vlug gebeurd. Je bent je ook niet bewust van de mogelijke gevolgen ervan. Het was dus een verstandige keuze om het een halt toe te roepen voor het te laat was. Ik ga voortaan twee keer nadenken vooraleer ik een idee van een ander recupereer. In beperkte kring geraak je daar nog wel mee weg, maar als het wat groter wordt krijg je vroeg of laat mogelijk het deksel op de neus. Het zal niet meer gebeuren, het is een artiest onwaardig!

Desalniettemin ben ik trots dat er enkele van mijn scheurstrookjesposters vanaf morgen, zaterdag 9 februari 2019, een maand lang tentoongesteld zullen worden in de Mokkakapot, cultuurbar(baar) en galerie in Borgerhout. Wim Paeshuyse (bovendien een collega blogger – check zeker zijn site Startkabels) is curator. Er is werk te zien van Jangojim, Vincent Van Meenen, Idris Sevenans, Zena Van den Block, René van Densen, Geert Simonis, Wim Paeshuyse en mezelf.

Bedankt Wim Paeshuyse (die trouwens de eerste Stadsdichter van Turnhout was en stichter van het Collectief Dichterbij) om mij erbij te nemen! Als tegenprestatie kreeg je wat verborgen (nu ja, subtiel was het niet echt) reclame in mijn blogpost.

Op Zoek Naar Peter Pan / Le Mal Du Pays

Het moet gezegd. We worden hier goed verzorgd door de mensen van Intersoc. Het zijn stuk voor stuk gedreven mensen die met passie voor het vak alles in het werk stellen om ervoor te zorgen dat de vakantiegangers niets tekort komen. De keuze aan activiteiten is enorm. We wisten op voorhand dat onze kinderen niet zouden deelnemen aan de gezamenlijke activiteiten van de ukkies, pukkies, mini’s, maxi’s, teeny’s of ado’s. Maar dat hoeft ook niet. Je kan perfect op eigen houtje de omgeving verkennen. Dat is dan ook waar wij voor kiezen. Een occasionele deelname aan een avondquiz of een barbecue boven op de berg niet te na gesproken trekken wij er steeds met z’n vieren op uit. Of we blijven in het hotel, waar het aangenaam vertoeven is in de bar of op het terras. De drankjes zijn inbegrepen, dus ook daar hoeven we ons geen zorgen om te maken. En ook al ben ik niet zo’n fan van rumoerige refters (op mijn werk zal je me daar ook niet snel tegenkomen), op het eten valt niets af te keuren. Een uitstekende keuken en een zeer gevarieerd aanbod. Ook op de kamer is niets aan te merken. Het is een voldoende ruime familiekamer voor 4 personen, opgedeeld in twee aparte slaapruimtes. Zo is er voldoende privacy en storen we de kinderen ’s morgens ook niet wanneer wij vroeger wakker zijn en de plannen van de dag alvast bespreken.

Als ik vanuit mijn bed uit het raam kijk zie ik de statige bergtoppen gloren, de ene keer blakend in de zon, de andere keer omringd door een sluier van wolken. Op de heuvelflanken zie ik ook de traditionele houten chalets staan, versierd met duizenden bloemen en authentieke houtsneden. Een prachtige folklore die me doet terugdenken aan mijn jeugd, toen ik de vakantie met mijn ouders vaak doorbracht in de Zwitserse, Oostenrijkse of Italiaanse Alpen.

Starend door het raam denk ik aan het prachtige stripalbum “Op Zoek Naar Peter Pan” van de Zwitserse auteur Cosey, dat ik voor het eerst las in de jaren tachtig toen het als vervolgverhaal in het weekblad “Kuifje” verscheen. Het verhaal speelt zich af in het Wallis van de jaren dertig en vertelt het verhaal van een schrijver met een writer’s block die zich terugtrekt in een klein bergdorpje en er geconfronteerd wordt met de demonen uit zijn verleden. Pas vele jaren later, toen mijn budget als jonge snaak het toeliet, kocht ik het ook als album in hardcover. Sindsdien herlees ik het elk jaar. Ik koester het boek als een kostbaar bezit.

Het toeval wil dat ik een roman aan het lezen ben waarin men verwijst naar het stuk “Le Mal Du Pays” van Franz Liszt. Dat is een deel van een pianocyclus van drie suites die “Pelgrimsjaren” heet. Dit stuk is nummer 8 van “Het Eerste Jaar: Zwitserland”. “Le mal du pays” is Frans voor “heimwee, melancholie”. Maar als je het precies gaat ontleden betekent het zoiets als “een onbestemde droefheid, zoals opgeroepen door de aanblik van een rustiek landschap”. Het is heel moeilijk om er een juiste vertaling voor te vinden. Ik zoek het stuk op Spotify en laat me er helemaal in opgaan terwijl ik vanuit mijn bed de schaduwen van de tegenoverliggende bergen langzaam zie verschuiven tot de zon helemaal verdwenen is.

A giant step

Op bepaalde momenten in je leven pluk je de vruchten van de zware taak die je jezelf als man hebt opgelegd toen je destijds koos voor het vaderschap. Vandaag was zo’n moment.

De vraag was al enkele dagen geleden gesteld, maar ze kon de knoop maar niet doorhakken. Of de jongste dochter met mij mee wilde wandelen naar de top van een berg, want het zicht dat je daar op de wereld hebt heb je nergens anders. Het zou voor haar de eerste keer zijn dat ze op zo’n hoogte mee zou gaan en ze is niet echt een klimmer, dus ik vond het niet abnormaal dat ze enkele dagen bedenktijd vroeg. Gisterenavond kwam dan toch het besluit: een overtuigd “Ja, ik ga mee!”

Dus vanmorgen vertrokken we met z’n twee gepakt en gezakt op weg naar het avontuur. Ik merkte dat ze wel wat nerveus was, maar ze had er wel oprecht zin in. Ik wist dat ik van haar geen wonderen kon verwachten, dus ik zorgde er voor dat we met een kabelbaan al op een behoorlijke hoogte zouden aankomen, zodat de tocht naar de bergtop voor haar een haalbare kaart zou zijn. Vol goede moed klommen we langs het (vrij steile) bergpadje naar boven. Het doel was nog niet in zicht op dat moment. Met enkele aanmoedigingen en wat afleidingsmanoeuvres lukte het ons om zonder veel hindernissen de top te bereiken. We hadden een mooie dag uitgekozen. Behalve een paar wolkensluiers in de verte hadden we door de stralend blauwe lucht een 360 graden zicht tot honderden kilometers in de verte. Bovendien zagen we in de diepte een miniatuurversie (zo leek het toch vanop deze hoogte) liggen van het gigantische stuwmeer waar we gisteren nog op hadden gestaan. Ik zag de verwondering in haar ogen. Dit had ze niet verwacht. Daar stonden we dan, helemaal bovenaan, even trots als Neil Armstrong toen die zijn vlag op de maan plantte, vader en dochter. Een klein gelukje dat geen van ons beiden ooit nog zal vergeten.

Keep it cool

In de weken voor ons vertrek deed onze auto al af en toe vreemd. Bij het gas geven begon hij soms in vierde versnelling te daveren. Ik had ook soms de indruk dat ik na een lange rit de warmte van de motor tot in de auto zelf kon voelen. Nu is het de laatste tijd wel extreem warm weer geweest, dus dacht ik dat het aan de buitentemperatuur zou liggen. Het dashboard gaf ook geen storing aan, dus ik maakte me niet te veel zorgen.

Ik ken niets van auto’s. Ik weet amper hoe de motorklep open moet, dus als ik iets vreemds ondervind moet daar altijd een specialist voor ingeschakeld worden. Die moet dan aan de hand van mijn dubieuze uitleg van de klachten kunnen afleiden wat er eventueel mis zou kunnen zijn. Niet gemakkelijk, me dunkt. Maar hij deed het toch maar. Na de vervanging van een onderdeel dat wellicht de oorzaak was van het daveren waren we weer een beetje gerust gesteld. Er zou binnenkort namelijk ruim 900 kilometer gereden moeten worden en dat kan maar beter zonder problemen geschieden.

Elin is chauffeur gedurende de hele rit naar Zwitserland, dus ik maak me geen zorgen. Als ze iets vreemd gewaar wordt zal ze het wel zeggen. De rit verloopt probleemloos. Elin stelt wel vast dat, wanneer we aan het hotel geparkeerd staan, er een plas onder de auto ligt. Ik leg uit dat dat condens van de airco is en dat we ons daar geen zorgen over moeten maken. Elin is er toch niet gerust in, maar zelfs als ze me er op wijst dat die zogezegde “condens” na een uur nog steeds niet is opgedroogd op het asfalt schenk ik er geen aandacht aan.

Na enkele dagen stil te staan maken we opnieuw gebruik van de auto om naar een nabij gelegen dorpje en een hogerop gelegen stuwmeer te rijden. Als we daar aankomen blijft de motor na het stilleggen van de auto nog geluid maken. De motorklep voelt ook erg warm aan. Nog steeds maak ik me geen zorgen. Nadat we een tijdje vertoefd hebben aan het stuwmeer rijden we terug naar ons hotel. Het is een tochtje van ongeveer 10 kilometer. Op 1 kilometer van het hotel begint er een alarm af te gaan en geeft de boordcomputer aan dat we onmiddellijk de motor moeten stilleggen wegens oververhitting. We geraken nog net aan een parking op enkele honderden meters van ons hotel. De motor is heet en (Elin kreeg de motorklep direct open nadat ik een minuut aan het proberen geweest ben) de tank met de koelvloeistof is helemaal leeg. Alle puzzelstukken vallen in elkaar. Het daveren (dat toch niet helemaal bleek opgelost te zijn na vervanging van het onderdeel), de warme motor, alles krijgt plots een duidelijke oorzaak.

In het hotel zoeken we op internet naar oplossingen en stemmen we af met onze automonteur. We vullen onze drinkflessen met water (ongeveer zo’n 5 liter in totaal) en we stappen terug naar de parking waar onze auto staat. En dan zien we dit…

Paniek maakt zich van ons meester. Ik ren de parking over in de richting van de rookpluim. Die komt exact naar boven gekringeld vanop de plaats waar onze auto geparkeerd staat. We vrezen dat we dit niet meer opgelost krijgen door water in een tank te gieten. De auto staat vast in brand en hier staan we nu in Zwitserland met een opgeblazen motor.

Maar al gauw zien we dat het vals alarm is. De rook komt uit de schouw van een chalet die wat verder door in het dal staat. Met de auto is niets aan de hand. Als we bekomen zijn van de schrik beginnen we de drinkbussen met water in de tank van de koelvloeistof te gieten. De 5 liter gaat er helemaal in. Ik moet zelfs nog een fles bij gaan vullen aan het waterfonteintje op het dorpsplein. En nu maar hopen dat het probleem verholpen is, althans toch tot thuis, want we zullen de auto ongetwijfeld moeten laten nakijken als we terug in België zijn.

Connectivity

Neem het van me aan: als je de grens met Zwitserland nadert begint een ouder zich fanatiek bezig te houden met het checken of de mobiele data op alle smartphones en andere met het internet connecterende toestellen wel zeker af staat. In Zwitserland is connectiviteit namelijk belachelijk duur. Een sms sturen kost 0,70 euro per bericht, een minuut bellen kost 3 euro en gebeld worden kost 1,5 euro per minuut. Maar de grote prijsvogel is de mobiele data. Connecteren met het internet kost maar liefst 14,52 euro per megabyte. “Prijzen zijn inclusief btw” vermeldt men er dan nog bij, alsof dat het verschil zou maken.

Gelukkig is er wifi in het hotel. En nóg meer geluk voor ons: de wifi-ontvanger hangt naast onze kamerdeur, dus onze kamer ontvangt het sterkste signaal. Het nadeel is dan weer dat we ons, telkens als we onze hotelkamer verlaten, een hoedje schrikken omdat de jeugd uit het hotel zich naast onze deur heeft verzameld met hun smartphones om mee te profiteren van de goede wifi-ontvangst. Een tweede nadeel is dat, wanneer ik zeg dat we in onze kamer het sterkste signaal ontvangen, dat nogal gerelativeerd moet worden. We zijn thuis te goed gewoon denk ik. In elk geval: zowel voor onze kinderen als voor ons is de wifi een zegen. Voor hen omdat ze nu eenmaal niet meer zonder kunnen, voor ons omdat we geen last van hun afkickverschijnselen hoeven te hebben.

Om u een idee te geven. In het locale VVV-kantoor boekte men voor ons online tickets voor het sterrenobservatorium van St. Luc waar we donderdagnacht naartoe zullen gaan. De betaling moest gebeuren met de app van KBC. We moesten een QR-code scannen om de betaling te bevestigen. We zetten even onze mobiele data aan, scanden de code op het beeldscherm van de juffrouw van het VVV en meteen werd de betaling bevestigd. De mobiele data gaat onmiddellijk weer uit. Enkele minuten later krijgen we een sms van Proximus dat we 10 euro mobiele data verbruikt hebben.

Een goede raad: laat de smartphones thuis als je naar Zwitserland gaat. Maar wees gewapend tegen een cold turkey van uw kinderen, want Uno, Yathzee of Rummikub kunnen de ontwenningsverschijnselen niet helemaal onderdrukken.

Zuurstof van de zuiverste soort

Over de wereldberoemde zuivere Zwitserse berglucht hadden we onze kinderen al verteld in de dagen voor ons vertrek. We raadden hen aan om eens heel aandachtig hun zintuigen te gebruiken bij het inhaleren van de Belgische zuurstof, zodat ze konden ervaren hoe stroef die lucht wel niet naar binnen kwam bij het inademen. Alsof duizenden minuscule weerhaakjes proberen te verhinderen dat de zuurstof tot diep in de longen kan doordringen. We vroegen hen ook of ze het voelden dat er essentiële onderdelen in ontbraken, zoals wanneer je aan een gerecht kan proeven dat er bepaalde ingrediënten ontbreken, maar je kan niet precies bepalen dewelke. Als ze dan in Zwitserland hetzelfde zouden doen, zouden ze het verschil in zuiverheid duidelijk kunnen vaststellen.

Ik herinner me dat ik als klein kind ernstige problemen had met mijn luchtwegen en dat de dokters, nadat alle medische mogelijkheden uitgeput waren, als laatste redmiddel aanraadden om gedurende een lange tijd in de zuivere Zwitserse lucht te verblijven. Mijn ouders hebben toen holderdebolder de tent ingeladen en wij zijn een maand lang in de Zwitserse bergen gaan kamperen. Het resultaat moet wonderbaarlijk geweest zijn. Ik ben zo gezond als een vis van die reis teruggekomen.

Tot zover de mythe. We reden eergisteren, na een relatief rustige rit, Zwitserland binnen via Bazel, een industriële grootstad die (zo leek het toch) de enige toegangspoort naar Zwitserland was. Het zware auto- en vrachtverkeer dat daar bij elkaar kwam was niet te overzien. Ademen deed je hier alleen uit noodzaak, niet voor je plezier. En daar bleef het niet bij. De hele weg lang bleef de industrie ons achtervolgen. Van Bazel naar Bern, langs Freiburg, zelfs in de mondaine badplaats rond Montreux was geen glimp van puurheid op te vangen. Het was pas toen we voorbij de tunnel in Sierre de steile weg naar Val d’Anniviers opdraaiden dat we stilaan in het Zwitserland van mijn herinneringen terecht kwamen. Hoe hoger we reden, hoe gezonder de omgeving er ging uitzien. Het gras leek er groener en malser dan waar ook ter wereld, de lucht kreeg er een kleur blauw die je enkel tussen de filters van de fotobewerkingsapp op je smartphone kan terugvinden. Nauwelijks 20 kilometer verder en 1000 meter hoger en het verschil was dag en nacht. Zou de mythe dan toch waar zijn?

~ zicht op de eeuwige sneeuw vanop de Sorebois